Gemeente Herpen

Gemeente Herpen en inlijving bij Ravenstein.

De gemeente bestond uit de dorpen Herpen en Overlangel en de gehuchten Groot- en Klein Koolwijk en Aalsvoort. De inwoners hielden zich voornamelijk bezig met landbouw. Ook werden er linnen en pellen geweven en waren er twee bierbrouwerijen, een scheepstimmerwerf, een kaarsenfabriek, een olie- en een korenmolen. Jaarlijks werden er beesten- en linnenmarkten gehouden. Alle inwoners, op 3 personen die hervormd waren, waren volgens een volkstelling in 1869 katholiek. De gemeente bezat twee scholen: een in Herpen en een in Overlangel. Rond 1840 waren er 200 leerlingen. In de zomer viel dit aantal aanzienlijk terug tot 70, omdat de kinderen dan op het land moesten meehelpen.

Herpen had van 1843 tot 1941 de volgende burgemeesters:

Van 1843 tot 1880: Johan van Zuijlen
Van 1880 tot 1889: Louis van Zuijlen
Van 1889 tot 1891: Alphons van Rijckevorsel van Kessel
Van 1891 tot 1915: Piet van Zuijlen
Van 1915 tot 1941: Hendrik v.d.Sijp

Op 20 juni 1906 werd de eerste steen gelegd voor een nieuw gemeentehuis in Herpen.
Op 1 januari 1941 werd Herpen officieel ingelijfd bij de gemeente Ravenstein.

Landschap.

Herpen stond bekend als het land van water en zand. In de winter kwam het water dat van de hei naar een lager gedeelte stroomde, de z.g. heimaas, tot aan de huizen te staan.

Met het begin van de lente kwam het zand uit de hei vanaf Oss overwaaien. Daarom waren in Herpen verschillende eikenwallen om dit zand tegen te houden. Ook werden er duizenden dennen en sparren gepoot om het zand vast te houden. Op de heidevlakte was een verlaagd weidegedeelte dat na een hoge waterstand onder water liep, waardoor er een ondiep meer ontstond, dat Ganzeven werd genoemd. Deze naam is ontstaan doordat er honderden ganzen neerstreken als deze op trektocht waren.

De wegen in Herpen bestonden uit een karspoor en een voetpad voor het paard, dat tevens werd gebruikt als wandelpad. Er waren ook veel binnendoorpaadjes langs de akkers of over het land, die elk jaar, als het land werd omgeploegd, verdwenen. In 1867 werd de provinciale weg aangelegd vanaf de Rijksweg Schaijk via Koolwijk naar Berghem, Haren naar de Maasdijk in Megen.

Ook de Maas en de bedijking erven heeft een belangrijke rol in het landschap gespeeld. Tot in de middeleeuwen was het een onbedijkte vrijstromende rivier. Omstreeks 1300 waren de werkzaamheden voor het aanleggen van dijken al gevorderd tot de Heerlijkheid Herpen.

Bij Beers werd een deel van de Maasdijk opzettelijk lager gehouden, de z.g. Beerse Overlaat. Elk jaar, soms wel meer keren, trad de Beerse Overlaat in werking en stond het water in Herpen tot aan de Erfdijk en de Hamelspoeldijk. Vanwege doorbraken van deze dijken zijn hoogstwaarschijnlijk de Rattenwiel (dichtgestort met huisvuil), Lindenwiel, Kouwwiel, Soldatenwiel en Aartjeswiel ontstaan.

Overlangel.

Overlangel was een deel van de Heerlijkheid Langel en werd later bij de gemeente Herpen gevoegd. In het oude Langel was een haven waar handel werd gedreven en dan vooral wijn, graan, steenkool en hop. Er werd een scheepswerf gebouwd en de arbeiders gingen er omheen wonen. Er kwamen winkeltjes, cafès en herbergen voor de bewoners en scheepslieden. Zo werd het gehucht Overlangel gevormd. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de scheepvaart met zeilboten vervangen door stoomboten die steeds minder Overlangel aandeden. Vanwege de Maaskanalisatie, waardoor de ligging aan de Maas van Overlangel verloren ging, moesten de bewoners die in de scheepsvaart werkzaam waren, ergens anders de kost zien te verdienen.

Koolwijk.

De Koolwijk ontleent zijn naam aan een beek, die in vroegere tijden vanaf de hoge heidegrond naar de Beerse Maas stroomde. In deze beek stroomde koel, helder water, vandaar dat hij de naam kreeg Coelbeeck. Deze naam is later veranderd in Koolwijk.

De Koolwijk is vooral bekend geworden om zijn St.Annakapel. Een nadere omschrijving vindt u onder: kerken en kapellen

Neerloon

Neerloon heette vroeger Loen en later Loon. Om het van Overloon te onderscheiden heet het nu Neerloon. Neerloon is een dorp tussen Ravenstein en Overlangel .De Maas is in de geschiedenis van Neerloon erg belangrijk geweest. Neerloon was namelijk één van de drie plaatsen in Brabant waar vroeger een doorwaadbare plaats in de Maas lag. De Romeinen maakten al gebruik van deze doorloopbare plaats oftewel 'statio', toen zij op weg naar Nijmegen waren. Zij 'staayden' naar de overkant, waar de naam 'Staaystraat' nog aan herinnert. Wat de loop van de Maas betreft was het een kronkelige slang door het landschap. Er was zelfs een tijd, tussen 800 en 1200 dat Neerloon helemaal omgeven was door water en dus een eiland was.De St. Victorkerk in Neerloon werd in 1820 door een overstroming dusdanig vernield dat nieuwbouw noodzakelijk werd. Het onderste gedeelte van de toren is nog uit tufsteen opgetrokken. In de kerk staat een Smits-orgel uit 1848 met nog alle originele pijpen. Tijdens concerten wordt de kerk druk bezocht en komen mensen van heinde en verre om naar de mooie klanken te luisteren.